Veel voorkomende vragen

1. Wat is het LEILAC-project?

Het LEILAC (Low Emissions Intensity Lime And Cement)-project heeft tot doel aan te tonen dat een nieuw type CO2-captatietechnologie, directe scheiding genoemd, kan worden toegepast in de cement- en kalkindustrie.

 

LEILAC zal een testinstallatie ontwikkelen, bouwen en bedrijven bij HeidelbergCement in Lixhe, België, om aan te tonen dat deze technologie een unieke kans is om de procesuitstoot van CO2 (meer dan 60% van de totale CO2-uitstoot) van beide sectoren af te vangen zonder aanzienlijk verhoging van het energieverbruik of de kosten.

 

De LEILAC-testinstallatie zal werken met een verwerkingscapaciteit van maximaal 240 ton per dag, fundamenteel onderzoek verrichten naar de proceseisen en prestaties, en aantonen of de technologie voldoende betrouwbaar werkt om te kunnen beginnen met de planning van de schaalvergroting. De resultaten van het project zullen breed bekendgemaakt worden door middel van publicaties, conferenties en deze website.

 

2. Wat is CO2-captatie?

 

Zowel de cement- als de kalkindustrie heeft een hoge CO2-uitstoot, waarbij ongeveer 60% van de totale CO2-uitstoot direct en onvermijdelijk vrijkomt bij de verwerking van kalksteen (die voor 50% van zijn gewicht uit CO2 bestaat). CO2-afvang is de enige oplossing om de uitstoot van deze industriële processen drastisch te verlagen.

 

3. In hoeverre bent u er zeker van dat de technologie zal functioneren?

  • Het gaat om een onderzoeks- en innovatieproject. Er zijn een aantal mijlpalen en vereiste resultaten gedefinieerd die het consortium in staat stellen te demonstreren dat de technologie werkt op de juiste schaal. Verscheidene onafhankelijke onderzoekslijnen wijzen op een geslaagde implementatie. De technologie heeft zichzelf in Australië al bewezen op commerciële schaal bij de verwerking van magnesiet, een erts dat vergelijkbaar is met kalksteen maar lagere procestemperaturen vereist (760 °C versus 950 °C uitlaattemperatuur).

  • De Australische verwerkingsinstallatie heeft al gedeeltelijk kalksteen gecalcineerd, zij het voor circa 70% in een 22 meter lange buis zonder voorverwarming. Het LEILAC-project zal werken met een buis van 40 meter hoog.

  • Het LEILAC-project wordt voor nagenoeg 50% van de totale projectkostprijs gefinancierd door de industriële partners in het consortium, die zorgvuldig onderzoek hebben verricht naar de technologie.

  • Er is een gedegen begrip van de fysieke en chemische interacties waarop de technologie van directe scheiding steunt, zoals de overdracht van stralingswarmte van de wand op de deeltjes, en de kinematica van de calcinatiereactie binnen het operationele bereik van het LEILAC-systeem.

 

4. Waar zal de LEILAC-testinstallatie worden opgesteld, waarom en wanneer?

Het LEILAC-project omvat de bouw van een testinstallatie voor directe scheiding bij HeidelbergCement in Lixhe, België. HeidelbergCement is een belangrijke partner in het consortium. De onderneming stelt haar vestiging in Lixhe ter beschikking, omdat ze al ver staat met haar strategieën ter bestrijding van CO2-uitstoot, onder andere wat betreft alternatieve brandstoffen en het gebruik van afval hierbij.

 

LEILAC is een project dat vijf jaar duurt en start in 2016 met front-end engineering en design. Wanneer het ontwerp, de goedkeuringen en de toekenning van de vergunningen volgens plan verlopen, zou de bouw eind 2017 moeten kunnen beginnen. De testinstallatie zou klaar moeten zijn voor gebruik in 2019 en zal gedurende maximaal 2 jaar getest worden om de technologie te demonstreren.

 

5. Welke organisaties zijn erbij betrokken?

Het LEILAC-project wordt in het kader van het Horizon 2020-programma van de EU gesteund met twaalf miljoen euro. HeidelbergCement, CEMEX, Tarmac, Lhoist, Amec Foster Wheeler, Calix Limited, ECN, Imperial College, PSE, Quantis en Carbon Trust werken allemaal samen om deze kritieke technologie te kunnen toepassen in de cement- en kalkindustrie. Alle betrokkenen beseffen dat de toekomst op lange termijn van de cement- en kalkindustrie, die allebei van vitaal belang zijn voor veel aspecten van de Europese economie, zal afhangen van een vermindering van de CO2-uitstoot. De projectpartners van LEILAC investeren zelf samen een extra negen miljoen euro in het project, omdat ze de sleuteltechnologie willen kunnen toepassen.

 

6. Volgt er meer informatie?

We zullen onze bevindingen uitvoerig delen via deze website (die binnenkort wordt uitgebreid) en via een bezoekerscentrum te Lixhe. We zullen ook opendeurdagen voor het brede publiek organiseren.

 

7. Zal de LEILAC-testinstallatie milieueffecten met zich brengen?

De LEILAC-installatie zal ingezet worden om een stroom van het bestaande cementproductieproces te testen. De scheiding van zuivere CO2 wordt getest door een nieuw ontwerp. Aangezien er geen aanvullende chemicaliën of verwerkingsstappen ingezet worden, zal de LEILAC-proef geen invloed hebben op de netto-uitstoot van de cementproductiesite in Lixhe, die dienst doet als gastheer.

 

8. Wat gebeurt er met de CO2 die LEILAC afvangt?

De testinstallatie is ontworpen om een antwoord te bieden op de uitdagingen waarmee ingenieurs geconfronteerd worden bij de toepassing van deze nieuwe technologie in de cement- en kalkindustrie. De CO2 wordt gescheiden om te bewijzen dat de technologie werkt, maar in dit stadium zijn er geen plannen om de afgescheiden CO2 tijdens de duur van het project te comprimeren of vloeibaar te maken, gezien het intermitterende karakter van de testcyclussen.

 

Aangezien de LEILAC-installatie zal ingezet worden om een stroom van het bestaande cementproductieproces te testen, zal de totale CO2-uitstoot van de installatie te Lixhe niet stijgen.

 

9. Waarom is er behoefte aan CCS?

Alle landen hebben in 2015 in Parijs een akkoord gesloten waarin ze zich ertoe verplichten de opwarming van de aarde te beperken tot 2 °C boven het pre-industriële niveau en inspanningen te doen om de temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C boven het pre-industriële niveau. Het IPCC heeft verklaard dat maar zeer weinig modellen de opwarming konden beperken tot 2 °C zonder uitvoerig gebruik te maken van captatie en opslag van koolstofdioxide (CCS).

 

Bij de productie van kalk of cement komt er CO2 vrij als intrinsiek deel van het productieproces. Dit kan niet worden voorkomen door bijvoorbeeld hernieuwbare energiebronnen te gebruiken. Bijgevolg is CO2-captatie de enige realistische manier om deze industriële uitstoot verder te verlagen en de EU te helpen de doelstelling van 80% uitstootvermindering tegen 2050 te halen.

 

10. Heeft CCS de technische rijpheid bereikt?

De captatie, het vervoer en de opslag van koolstofdioxide zijn al beproefd als afzonderlijke elementen, maar de integratie in één compleet CCS-proces en het verlagen van de kosten blijven een uitdaging. Er zijn momenteel in Europa twee grote projecten aan de gang: in Sleipner (in gebruik sinds 1996) en in Snøhvit (in gebruik sinds 2008), die ongeveer 1,7 miljoen ton CO2 afvangen en opslaan.

De technologie is echter nog niet toegepast in de cement- of de kalkindustrie, aangezien de traditionele methodes om CO2 af te vangen ofwel te complex ofwel te duur waren. Er is een nieuwe aanpak nodig en LEILAC is een mooie en rendabele manier om nieuwe oplossingen te vinden.

11. Hoeveel zal CO2-captatie kosten?

Terwijl de traditionele oplossingen redelijk duur zijn, wil LEILAC aantonen dat installaties van dit nieuwe type het mogelijk maken alle CO2-uitstoot van de productieprocessen af te vangen zonder dat dit veel extra energie of geld kost. Latere verwerkingsstappen, zoals het vloeibaar maken, het vervoer en de veilige opslag, maken geen deel uit van dit project. Deze onmisbare stappen zijn niet specifiek aan de cement- of kalkproductie en worden sector overschrijdend ontwikkeld met alle sectoren en nutsbedrijven die CO2 uitstoten.

 

​11b. Welke rol kan CCU spelen in deze ontwikkeling?

 

Technologieën om CO2 af te vangen en te gebruiken, bijvoorbeeld om algen te telen of als bouwsteen voor de chemische industrie, leveren een belangrijke bijdrage aan de circulaire economie en, tot op zekere hoogte, de bestrijding van de klimaatverandering. Verscheidene toepassingen worden nu al commercieel geëxploiteerd. Hoewel het CO2-reducerende effect momenteel nog marginaal is, wordt op deze manier wel waardevolle kennis gegenereerd. Doordat er een degelijke CCU-oplossing beschikbaar is, is commerciële toepassing van eerste kleinschalige CO2-captatie mogelijk. Dergelijke 'early movers' ondersteunen de bredere toepassing van CCS, terwijl CCU zelf zeker een waardevolle rol zal spelen in de bestrijding van klimaatverandering.

 

12. De directe scheiding in de LEILAC-installatie kan 60% van de uitstoot afvangen, maar wat gebeurt er met de rest?

Wanneer de technologie wordt geïntegreerd in nieuwe installaties of geïnstalleerd in bestaande installaties, die volgens de actuele beste werkwijze gestookt worden met biomassa of afval, zal de directe scheiding zorgen voor een vermindering van de totale CO2-uitstoot met meer dan 85% in vergelijking met een traditionele kalk- en cementproducitesite die draait op fossiele brandstoffen, zonder aanzienlijke invloed op de werking of het energieverbruik noch grote financiële gevolgen.

 

Directe scheiding kan ook worden toegepast in combinatie met de end-of-pipe technologieën die momenteel worden ontwikkeld voor de energie-, cement- en kalksector om de resterende CO2 aan het einde van het afvoerkanaal af te vangen.

 

13. Hoe hebben de cement- en kalkindustrie de koolstofreductie tot nog toe aangepakt?

Hoewel ze op wereldschaal te kampen hebben met forse concurrentie, doen beide sectoren actief onderzoek naar manieren om hun CO2-uitstoot te verminderen. De belangrijkste aanpak tot nog toe was het continu investeren in de meest energie-efficiënte technologieën en productieprocessen. Door over te stappen op het gebruik van biomassa en afval zijn grote kolengestookte cementinstallaties er al in geslaagd hun emissie te reduceren met maximaal 14%. Met de technologie voor directe scheiding zal de kalkindustrie nu voor het eerst ook een dergelijke overstap kunnen maken, aangezien onzuiverheden in de brandstoffen het eindproduct niet zullen vervuilen, zoals in traditionele ovens.

 

Ze hebben ook, in overeenstemming met nationale of Europese steunmechanismen, mee geïnvesteerd in andere captatietechnologieën, zoals een nieuwe testinstallatie in Brevik, Noorwegen (die voor de allereerste keer een aantal traditionele captatietechnieken, die zouden kunnen worden gebruikt in combinatie met de directe scheiding van LEILAC, toepast op het cementproces).

 

14. Hoe wordt CCS behandeld in de regeling voor handel in emissierechten van de EU?

De regeling voor de emissiehandel is de belangrijkste stimulans voor de toepassing van CCS. CO2 die wordt afgevangen en veilig opgeslagen in overeenstemming met de EU-regelgeving, geldt als niet-geëmitteerd wat betreft de regeling voor de emissiehandel.

 

15. Is Fracking, en het zijn risico's, hetzelfde als CO2-opslag?

Nee. Ze zijn tegengesteld in hun bedoeling. Hydraulische breuk is het proces van het boren en vervolgens pompen van vloeistof in een schalieformatie om opzettelijk breuken of scheuren te genereren, om aardgas (voornamelijk methaan) vrij te maken en te onttrekken. Het is controversieel, voornamelijk vanwege mogelijke lekkage van methaan naar de atmosfeer.

CO2-opslag zou daarentegen alleen op verschillende locaties plaatsvinden en heeft het tegenovergestelde doel: CO2 permanent opslaan en ervoor zorgen dat het niet in de atmosfeer terechtkomt. Zoals aangegeven in de Europese richtlijn voor CO2-opslag, zijn goed ontwikkelde, veilige geomechanica en bekende breukdruk de belangrijkste elementen voor de vraag of een CO2-opslaglocatie ooit zal worden goedgekeurd voor gebruik, en elke CO2-opslaglocatie zou worden gecontroleerd op onbedoelde breukvorming en ervoor zorgen dat er een geen invloed op het milieu noch uitstoot van CO2 in de atmosfeer.

16. Waar kan ik meer te weten komen over LEILAC of CCS?

U kunt steeds contact opnemen met ons of een van de andere organisaties op onze linkpagina (die we weldra zullen publiceren).

  • White LinkedIn Icon
  • White Twitter Icon
  • White YouTube Icon

This project has received € 12m of funding from Horizon 2020 program for research and innovation of the European Union under the grant agreement No 654465.